De wereldwijde aandelenmarkten lijken na de crisis in 2008 de derde opgaande fase te zijn ingegaan. De invloed van het monetaire beleid van de centrale banken begint in minder mate het beeld te bepalen op de internationale kapitaalmarkten. Het gaat nu weer over de winsten van bedrijven en op de beurzen worden aandelen ook als zodanig ge(her)waardeerd. Op goed bedrijfsnieuws volgt een koersstijging en op slechte bedrijfscijfers vindt een neerwaartse koersreactie plaats.

In dit verslagkwartaal zagen wij naast stijgende aandelenkoersen een opwaarts momentum in grondstoffen. Amerikaanse aandelenmarkten overtuigde niet echt. In Amerika wordt getwijfeld aan de effectiviteit van de plannen van Trump. Het drastisch omvormen van het healthcare stelsel bijvoorbeeld, lijkt tot op heden niet van de grond te komen. De renteverhoging van de FED in maart met 25 basispunten hielp ook niet echt mee om de aandelenkoersen verder te laten stijgen. De stijgende inflatie en de werkgelegenheid in de Verenigde Staten zijn de reden om tot deze monetaire verkrapping over te gaan. Dit in tegenstelling tot Europa waar nog een verruimend beleid wordt gevoerd.  Veel marktpartijen verwachten dit jaar nog minimaal twee renteverhogingen van de FED.  De inflatie in de VS bedraagt inmiddels 2,7 % op jaarbasis. Dit is ook een belangrijke reden dat grondstoffen een opwaarts momentum vertonen.

Het economisch herstel in Europa lijkt eindelijk door te zetten. De Nederlandse AEX liet in maart een mooie koersrally zien en bracht de stand weer eens boven de 500 punten. Blikvangers waren Unilever en Akzo welke ondernemingen beiden een onverwacht overname bod ontvingen van de Amerikaanse ondernemingen Kraft respectievelijk PPG. Nederlandse ondernemingen zijn in de ogen van Amerikaanse bedrijven interessant om over te nemen om reden van de relatief lagere waarderingen. Geld om over te nemen door  Amerikaanse bedrijven is er in het algemeen in overvloed. De lagere koerswinst verhouding van de Nederlandse bedrijven dragen bij een Amerikaanse overname direct positief bij in de waardering van het duurdere gewaardeerde Amerikaanse bedrijf.  Beursgenoteerde Nederlandse aandelen hebben over het algemeen stevige beschermingsconstructies aangebracht, hetgeen de lagere waarderingen ten opzichte van hun Amerikaanse tegenhangers ten dele verklaart. De verkiezingen in Nederland brachten in maart niet de vooraf verwachte aardverschuiving te weeg.

Het negatieve sentiment welke op de opkomende markten al tijden heerst, lijkt te draaien. Vanaf de december low’s  lieten aandelen en schulden van opkomende markten een koersrally zien van 14% respectievelijk 5%. Beleggers focussen zich weer op de aantrekkelijke  “fundamentals”  van deze markten.  In Japan wijzen macro- en marktindicatoren op een betekenisvolle vooruitgang ten opzichte van de afgelopen 5 jaar. Abe’s hervormingsagenda heeft verschillende mijlpalen bereikt, met name rond corporate governance. De economische omgeving is verbeterd en de yen zou verder kunnen verzwakken ten opzichte van de Amerikaanse dollar als gevolg van het zeer ruime monetaire beleid van Bank of Japan en het renteverschil met de Verenigde Staten. Historisch gezien zijn Japanse aandelen aantrekkelijk gewaardeerd en zijn de winstgroei vooruitzichten voor het Japanse bedrijfsleven gunstig.