2017 kan de boeken in als een rustig beleggingsjaar. Hiermee bedoelen wij dat de beursuitslagen relatief gezien klein waren (volatiliteit was laag). Daarbij hebben de meeste aandelenbeurzen een positief rendement laten zien.
Op de obligatiemarkten was de volatiliteit ook laag maar was er wel meer verschil in rendement. De “veilige” overheidsobligaties leverden nauwelijks rendement, sommige zelfs een negatief rendement. Terwijl de hogere risico obligaties (high-yield) wel bijdroegen aan het rendement.

De effecten en valutaposities in de Amerikaanse dollar deden het minder goed. De Amerikaanse dollar daalde gedurende het jaar met circa 14% ten opzichte van de euro in waarde. Dit had zowel invloed op in de Amerikaanse dollar genoteerde aandelen, obligaties maar ook op wereldwijd vastgoed. Waar de Europese vastgoed aandelen met een mooie plus afsloten was het resultaat op een wereldwijde vastgoed aandelen beduidend minder of negatief (in euro’s gerekend!).
Het afgelopen kwartaal zijn wij overwogen geweest in Europese aandelen en obligaties. Dit was niet alleen om bovengenoemde reden van verzwakkende dollar maar ook omdat met name een aantal koersen van in de Verenigde Staten genoteerde aandelen fors gewaardeerd zijn. Over de dure waarderingen van Amerikaanse aandelen hebben wij in voorgaande kwartaalbericht  al over gesproken. Economisch gezien gaat het wereldwijd gezien best wel voorspoedig zodat we (nog) geen reden hebben om het beleid aangaande onze overwogen aandelenposities drastisch te wijzigen.De afgelopen maanden zijn wij ook druk bezig geweest met MiFID II. Dit is nieuwe Europese wetgeving die van 3 januari 2018 van kracht is geworden. Het doel van de wetgeving is een nog betere transparantie voor de belegger en bestrijding van beleggingsfraude en witwassen van gelden in het algemeen.
Relaties met een zakelijke rekening hebben de afgelopen maanden al een nieuwe registratie, een zogenaamde LEI registratie, bij de kamer van koophandel moeten aanvragen ingevolge deze wetgeving. Van alle particuliere rekeningen hebben wij paspoort identiteitsgegevens geregistreerd.
Dagelijks wordt er een veelheid aan informatiedata verstuurd, over onze transacties die wij voor u doen, naar de toezichthouder, die hiermee verwacht onregelmatigheden eerder te kunnen opsporen.
Voor ons en onze depotbanken is het nu, na een investering in onze automatisering, een geïmplementeerd en automatisch proces, waardoor de kosten voor de toekomst relatief gezien hopelijk beperkt zijn.
Vanaf 2018 gaan wij u in onze kwartaalrapportages tevens een overzicht vergelijkende kosten maatstaf toezenden. Wij begrijpen dat u voornamelijk bent geïnteresseerd in het netto rendement (na aftrek van alle kosten) maar wellicht dat het voor u ook interessant is om ook te zien welke kosten u nog meer betaalt naast onze beheervergoeding.
Voor ons is dit ook belangrijk omdat de kosten die u niet aan ons vergoedt maar aan derden, zoals onder meer de transactieprovisie aan de depotbank en de kosten van de beleggingsfondsen zelf, uw rendement verminderen. In ons beleggingsbeleid zijn wij kritisch naar deze kosten die wij voor u moeten maken en bepalen tevens onze keuzes voor het beleggings- en/of transactiebeleid.  Voor sommige beleggingsfondsen hebben wij overigens niet altijd een goedkoper/beter alternatief voorhanden en dan is het door ons gewenste beleggingsbeleid van het desbetreffende fonds en het daarbij gepaard gaande risico leidend.
De komende maanden zijn de vooruitzichten voor de wereldeconomie goed en houden wij voorlopig vast aan onze huidige tactische assetallocatie. Hierin overwegen wij aandelenbeleggingen en onderwegen wij “veilige” staatsobligaties. In de categorie obligaties hebben wij inmiddels een groot deel in verschillende obligatie obligatiestrategieën belegd, zoals high-yield en converteerbare obligaties.
De maand januari 2018 zijn wij, qua koersperformance, voor onze portefeuilles goed begonnen. Naast de aandelen koersstijgingen op de beurzen in het algemeen zien wij tevens dat een aantal aandelenbeleggingen in onze portefeuilles, die vorig jaar minder presteerden, nu een inhaalbeweging laten zien.
LBCM, januari 2018
Frank Brouwer RBA                               Ing. Arnold Luyben MFP CFP

Disclaimer
Dit verslag is samengesteld door Luyben & Brouwer Capitalmanagement B.V. (hierna: LBCM). De in dit verslag vermelde gegevens zijn ontleend aan door LBCM betrouwbaar geachte bronnen en publiekelijk bekende informatie. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, gegevens, meningen, verwachtingen en uitkomsten daarvan kan LBCM niet instaan. LBCM geeft geen garantie of verklaring omtrent genoemde juistheid en volledigheid, noch uitdrukkelijk noch stilzwijgend. LBCM aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van de onjuistheid en/of onvolledigheid van bedoelde informatie. Dit verslag dient niette worden opgevat als een aanbod om waardepapieren te verkopen, noch als een uitnodiging tot aankoop ervan. De adviezen en aanbevelingen in dit verslag zijn generiek van aard en houden derhalve geen rekening met de specifieke beleggingsdoelstellingen, de persoonlijke financiële situatie en persoonlijke behoeftes van de ontvanger. De ontvanger mag de adviezen en aanbevelingen uit het verslag dan ook niet aanmerken als een persoonlijk advies: de ontvanger moet zijn of haar eigen adviseur raadplegen om te overleggen of het effect dat in dit verslag aan bod komt, voor hem of haar een passende investering is en of de adviezen en aanbevelingen in het verslag in overeenstemming zijn met zijn of haar doelrisicoprofiel. De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Opinies, feiten en meningen in dit verslag kunnen zonder nadere aankondiging worden gewijzigd. De verspreiding van dit verslag in andere jurisdicties dan in Nederland is mogelijk aan restricties onderhevig en de ontvanger van dit verslag dient zichzelf te informeren over eventuele restricties. LBCM verbiedt nadrukkelijk het her verspreiden van dit verslag via internet of op een andere manier en aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de acties van derde partijen op dit gebied. Het auteursrecht van dit verslag berust bij LBCM. De ontvanger van dit verslag is gebonden aan de restricties zoals vermeld staan in deze disclaimer. Wij verwijzen u verder naar onze disclaimer op onze website www.lbcm.nl

 

 

 

 

 

 

 

Tot hoever groeien de bomen? Dat is een vraag die de laatste maanden steeds relevanter wordt als het gaat om de aandelenmarkten. De aandelenmarkten in de Verenigde Staten zijn  als je uitsluitend kijkt naar waarderingen inmiddels fors opgelopen. Er is sprake van een koers/winst verhouding (k/w) van circa 25 voor de S&P 500.  Een normale gemiddelde k/w verhouding bedraagt rond de 15.

De Shiller k/w verhouding voor de S&P, een speciaal door Robert Shiller ontwikkelde koers/winstverhouding (meet de waardering van de aandelen over de afgelopen 10 jaar) bedraagt inmiddels 31!

 

Door het uitermate ruime monetaire beleid over de afgelopen jaren door de Amerikaanse centrale bank, De FED, en met de komst van president Trump, die lagere belasting voor bedrijven en minder regelgeving voor banken belooft, zijn de koersen van Amerikaanse aandelenindices (genoteerd in dollars) alsmaar gestegen en in het verlengde daarvan de koerswinstverhoudingen.

 

In Europa zijn de aandelenwaarderingen gemiddeld genomen (nog) veel lager en dus relatief aantrekkelijk. In tegenstelling tot de FED in Amerika voert de ECB nog een verruimend monetair beleid. De FED is enige tijd geleden al gestopt met opkopen van obligaties en heeft  recent besloten om geleidelijk aan weer obligaties te gaan verkopen. De FED heeft voor een waarde van circa 4465 miljard US dollars aan obligaties op zijn balans staan. Dat is ongeveer een kwart van de Amerikaanse economie. In Europa beginnen de economieën nu pas echt op stoom te geraken in vergelijking met de Amerikaanse economie, welke nu al enkele jaren achtereen met steeds betere macro economische data, zoals werkloosheidcijfers, consumentenvertrouwen en BNP groei, naar buiten komt.

Ook de ECB heeft inmiddels een fors bedrag aan opgekochte obligaties op de balans staan. Het is aan de centrale banken om op termijn deze obligaties weer op de markt te brengen. Echter als dit (te) snel gaat zal de marktrente hard kunnen stijgen. Dat heeft direct tot gevolg dat de winsten van bedrijven zullen afnemen en dat de consument minder heeft te besteden. De centrale banken zijn zich hiervan tot nu toe bewust en zullen uiteraard trachten om hun balans op een zeer geleidelijk schaal te verkleinen om de stabiliteit van de financiële markten te handhaven.

De “regering Trump” vormt echter in onze ogen een risico voor deze stabiliteit van de financiële markten.
Op monetair gebied met de vervanging van de huidige president van de FED, mevrouw Yellen, en om reden van uitlatingen van de heer Trump richting Noord-Korea, welke de geopolitieke spanningen in de Aziatische regio al fors laten oplopen. In de maand augustus stonden de aandelenkoersen wereldwijd onder druk door scherpe uitspraken over en weer  tussen Trump en Kim Yo-jong van Noord-Korea.
In de hele wereld zit waarschijnlijk niemand te wachten op een militair conflict tussen de VS en Noord-Korea.

Noord-Korea is al jarenlang bezig met kernproeven maar de laatste maanden lijkt een goede oplossing steeds verder weg te liggen. Vooralsnog rekenen wij niet op een militaire conflict. Door alle belangrijke (economische) partners van de VS wordt een militaire actie ten stelligste afgeraden. Vanzelfsprekend volgen wij de ontwikkelingen op dit gebied zeer nauwlettend.

Vanaf het voorjaar van 2017 hebben wij onze effectenposities welke in dollars zijn genoteerd verminderd. Tijdens dit verslagkwartaal verzwakte de Amerikaanse dollar verder. Vanaf halverwege september is de Amerikaanse dollar in euro’s met bijna 15% in waarde gedaald ten opzichte van het begin van dit jaar. Inmiddels is de Amerikaanse dollar iets hersteld, echter nog steeds in waarde circa 11% in euro’s lager dan 1 januari 2017.

Van een tweetal geselecteerde small en mid-cap Amerikaanse bedrijven in onze aandelenportefeuille vielen de gepubliceerde kwartaalcijfers Q2 in augustus helaas onverwacht zwaar tegen en drukte de “papieren” koersverliezen van deze ondernemingen op het totaalrendement. Dit in tegenstelling tot onze Europese small en mid-cap aandelenselectie. De meeste geselecteerde Europese aandelen leverende een positieve bijdrage aan het totaal rendement. Voor onze directe aandelenbeleggingen houden wij over het algemeen vast aan onze vooraf geformuleerde fundamentele Value-Strategie en verkopen wij de aandelen bij overwaardering. Een substantiële en door ons niet verwachte negatieve strategische wijziging door het management en/of negatieve marktomstandigheden kan wel reden zijn om voortijdig afscheid te nemen van de betreffende onderneming.

Voor het komend kwartaal kijken wij uit naar de derde kwartaalcijfers van de bedrijven en vanzelfsprekend specifiek naar de ondernemingen in onze portefeuilles. Wij volgen daarnaast zeer nauwgezet de vergaderingen van de FED en ECB. Een eerder dan verwachte normalisatie van de beleidsrente in de Verenigde Staten zouden de financiële markten kunnen verrassen en het huidige positieve marktsentiment doen omslaan.

In deze economische fase van hoogconjunctuur en positieve vooruitzichten handhaven wij vooralsnog onze huidige tactische assetallocatie. Hierin overwegen wij aandelenbeleggingen.

LBCM, oktober 2017

Frank Brouwer RBA                               Ing. Arnold Luyben MFP CFP

Disclaimer

Dit verslag is samengesteld door Luyben & Brouwer Capitalmanagement B.V. (hierna: LBCM). De in dit verslag vermelde gegevens zijn ontleend aan door LBCM betrouwbaar geachte bronnen en publiekelijk bekende informatie. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, gegevens, meningen, verwachtingen en uitkomsten daarvan kan LBCM niet instaan. LBCM geeft geen garantie of verklaring omtrent genoemde juistheid en volledigheid, noch uitdrukkelijk noch stilzwijgend. LBCM aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van de onjuistheid en/of onvolledigheid van bedoelde informatie. Dit verslag dient niette worden opgevat als een aanbod om waardepapieren te verkopen, noch als een uitnodiging tot aankoop ervan. De adviezen en aanbevelingen in dit verslag zijn generiek van aard en houden derhalve geen rekening met de specifieke beleggingsdoelstellingen, de persoonlijke financiële situatie en persoonlijke behoeftes van de ontvanger. De ontvanger mag de adviezen en aanbevelingen uit het verslag dan ook niet aanmerken als een persoonlijk advies: de ontvanger moet zijn of haar eigen adviseur raadplegen om te overleggen of het effect dat in dit verslag aan bod komt, voor hem of haar een passende investering is en of de adviezen en aanbevelingen in het verslag in overeenstemming zijn met zijn of haar doelrisicoprofiel. De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Opinies, feiten en meningen in dit verslag kunnen zonder nadere aankondiging worden gewijzigd. De verspreiding van dit verslag in andere jurisdicties dan in Nederland is mogelijk aan restricties onderhevig en de ontvanger van dit verslag dient zichzelf te informeren over eventuele restricties. LBCM verbiedt nadrukkelijk het her verspreiden van dit verslag via internet of op een andere manier en aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de acties van derde partijen op dit gebied. Het auteursrecht van dit verslag berust bij LBCM. De ontvanger van dit verslag is gebonden aan de restricties zoals vermeld staan in deze disclaimer. Wij verwijzen u verder naar onze disclaimer op onze website www.lbcm.nl

 

 

De wereldwijde aandelenmarkten lijken na de crisis in 2008 de derde opgaande fase te zijn ingegaan. De invloed van het monetaire beleid van de centrale banken begint in minder mate het beeld te bepalen op de internationale kapitaalmarkten. Het gaat nu weer over de winsten van bedrijven en op de beurzen worden aandelen ook als zodanig ge(her)waardeerd. Op goed bedrijfsnieuws volgt een koersstijging en op slechte bedrijfscijfers vindt een neerwaartse koersreactie plaats.

In dit verslagkwartaal zagen wij naast stijgende aandelenkoersen een opwaarts momentum in grondstoffen. Amerikaanse aandelenmarkten overtuigde niet echt. In Amerika wordt getwijfeld aan de effectiviteit van de plannen van Trump. Het drastisch omvormen van het healthcare stelsel bijvoorbeeld, lijkt tot op heden niet van de grond te komen. De renteverhoging van de FED in maart met 25 basispunten hielp ook niet echt mee om de aandelenkoersen verder te laten stijgen. De stijgende inflatie en de werkgelegenheid in de Verenigde Staten zijn de reden om tot deze monetaire verkrapping over te gaan. Dit in tegenstelling tot Europa waar nog een verruimend beleid wordt gevoerd.  Veel marktpartijen verwachten dit jaar nog minimaal twee renteverhogingen van de FED.  De inflatie in de VS bedraagt inmiddels 2,7 % op jaarbasis. Dit is ook een belangrijke reden dat grondstoffen een opwaarts momentum vertonen.

Het economisch herstel in Europa lijkt eindelijk door te zetten. De Nederlandse AEX liet in maart een mooie koersrally zien en bracht de stand weer eens boven de 500 punten. Blikvangers waren Unilever en Akzo welke ondernemingen beiden een onverwacht overname bod ontvingen van de Amerikaanse ondernemingen Kraft respectievelijk PPG. Nederlandse ondernemingen zijn in de ogen van Amerikaanse bedrijven interessant om over te nemen om reden van de relatief lagere waarderingen. Geld om over te nemen door  Amerikaanse bedrijven is er in het algemeen in overvloed. De lagere koerswinst verhouding van de Nederlandse bedrijven dragen bij een Amerikaanse overname direct positief bij in de waardering van het duurdere gewaardeerde Amerikaanse bedrijf.  Beursgenoteerde Nederlandse aandelen hebben over het algemeen stevige beschermingsconstructies aangebracht, hetgeen de lagere waarderingen ten opzichte van hun Amerikaanse tegenhangers ten dele verklaart. De verkiezingen in Nederland brachten in maart niet de vooraf verwachte aardverschuiving te weeg.

Het negatieve sentiment welke op de opkomende markten al tijden heerst, lijkt te draaien. Vanaf de december low’s  lieten aandelen en schulden van opkomende markten een koersrally zien van 14% respectievelijk 5%. Beleggers focussen zich weer op de aantrekkelijke  “fundamentals”  van deze markten.  In Japan wijzen macro- en marktindicatoren op een betekenisvolle vooruitgang ten opzichte van de afgelopen 5 jaar. Abe’s hervormingsagenda heeft verschillende mijlpalen bereikt, met name rond corporate governance. De economische omgeving is verbeterd en de yen zou verder kunnen verzwakken ten opzichte van de Amerikaanse dollar als gevolg van het zeer ruime monetaire beleid van Bank of Japan en het renteverschil met de Verenigde Staten. Historisch gezien zijn Japanse aandelen aantrekkelijk gewaardeerd en zijn de winstgroei vooruitzichten voor het Japanse bedrijfsleven gunstig.